Dit verhaal over of we, al dan niet, belasting moeten betalen aan de Keizer, gaat niet over geld.
Dit verhaal onthult je ware identiteit!
Een korte, maar complete Bijbelstudie, die de diepere waarheid onthult van het eeuwenoude verhaal in Mattheus 22!
Genesis 1:11-12 (HSV)
God zei: Laat de aarde groen doen opkomen, zaaddragend gewas, vruchtbomen, die naar hun soort vrucht dragen, waarin hun zaad is op de aarde! En het was zo.
En de aarde bracht groen voort, zaaddragend gewas naar zijn soort en bomen die vrucht dragen waarin hun zaad is, naar hun soort. En God zag dat het goed was.
God maakte de dieren, de planten en bomen zo dat ze naar hun eigen soort zouden vermenigvuldigen.
God maakte de mens echter naar het beeld en de gelijkenis van God Zelf, naar Zijn eigen soort.
Genesis 1:27 (HSV)
God schiep de mens naar Zijn beeld;
naar het beeld van God schiep Hij hem.
Hij gaf ook hen de opdracht vrucht te dragen, zodat zij zouden vermenigvuldigen naar het beeld en gelijkenis van God.
Genesis 1:28 (HSV)
En God zegende hen en God zei tegen hen:
Wees vruchtbaar, word talrijk,
vervul de aarde en onderwerp haar.
Hierdoor zou de hele aarde vervuld worden met Zijn heerlijkheid, Zijn beeld en Zijn gelijkenis.
Numeri 14:21 (HSV)
Zo waar Ik leef, de hele aarde zal met de heerlijkheid van de HEERE vervuld worden!
De mens bracht echter andere vrucht voort en vermenigvuldigde zich niet naar de gelijkenis van God,
maar naar de gelijkenis van de mens zelf.
Kijk maar eens:
Genesis 5:3 (HSV)
Adam leefde honderddertig jaar, en verwekte een zoon naar zíjn gelijkenis, naar zíjn beeld.
Wij zijn allemaal uit Adam geboren, naar zijn beeld en zijn gelijkenis.
Daarom moeten we opnieuw geboren worden.
Want, zei Jezus….
Johannes 3:3 (HSV)
….als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien.
Wij moeten opnieuw geboren worden, ditmaal niet uit Adam, maar uit God.
Naar Zijn beeld en Zijn gelijkenis.
Op een cryptische manier zegt Jezus ditzelfde tegen de Farizeeërs en herodianen.
De herodianen vormden een staatkundige partij, die de afstammelingen van Herodes de Grote steunden tegen de gouverneur van Rome, maar met de Romeinen in vriendschap leefden.
Ze waren bij de Farizeeën erg gehaat, maar werkten met hen samen met het doel Jezus uit te schakelen.
Op een zekere dag sturen de farizeeërs hun discipelen en de Herodianen op Jezus af om hem in de val te lokken, zodat ze hem kunnen aanklagen.
Ze komen bij Jezus en vragen Hem:
Mattheüs 22:17-21 (HSV)
Wat denkt U? Is het geoorloofd de keizer belasting te geven of niet?
Maar Jezus, die hun boosaardigheid kende, zei:
Huichelaars, waarom verzoeken jullie Mij? Toon Mij de belastingmunt.
En zij brachten Hem een penning.
En Hij zei tegen hen: Van wie is deze afbeelding en het opschrift?
Zij zeiden tegen Hem: Van de keizer.
Toen zei Hij tegen hen: Geef dan aan de keizer wat van de keizer is, en aan God wat van God is.
Bij deze tekst is het erg belangrijk dat de grondtekst, de Hebreeuwse en Griekse handschriften van de Bijbel, goed bestudeerd worden.
De Herodianen en de discipelen van de farizeeërs vragen Jezus ‘is het geoorloofd de keizer belasting te geven?’
In de grondtekst zien we dat voor het woord geven het woord didomi is gebruikt.
Het antwoord van Jezus is ‘Geef dan aan de keizer wat van de keizer is, en aan God wat van God is.’
Hieruit zouden we kunnen concluderen dat Jezus zegt
dat de keizer en God twee vergelijkbare grootheden zijn,
die gemeen zouden hebben dat aan beiden gehoorzaamheid geboden is.
Dit is echter verre van wat Jezus hier zegt!
De grondtekst laat zien dat Jezus niet het woord didomi gebruikt.
Hij gebruikt het woord apo-didomi.
Dit betekent teruggeven.
Jezus geeft dus als antwoord:
‘Geef dan aan de keizer terug wat van de keizer is, en aan God terug wat van God is.’
Wat dit precies inhoudt kunnen we ook in de grondtekst ontdekken.
Het woord dat in deze tekst met penning is vertaald is het woord denarie. Op deze munt stond, in de tijd dat Jezus op aarde liep, een afbeelding van keizer Augustus.
Deze Augustus had bij zijn geboorte de naam Gaius Octavius gekregen.
Nadat Julius Ceasar deze hem als zoon had aangenomen, kreeg hij echter een nieuwe naam; Gaius Julius Caesar Augustus, naar de naam van zijn adoptievader.
Deze adoptievader van Augustus, Julius Ceasar, werd na zijn dood tot god verklaard.
Dit verklaart de tekst op de munt.
“Imperator Caesar divi filius”
“Keizer Ceasar, zoon van de goddelijke”
De afbeelding van de persoon op de munt was dus de aangenomen zoon van een tot god verklaarde mens.
Keizer Augustus was dus geboren uit een andere vader, maar doordat Julius Ceasar hem als zoon aannam, was Augustus de zoon van een god geworden.
Ditzelfde is ook op ons toepasbaar.
Wij zijn allen geboren uit Adam. ➡ Adam is dus onze vader.
Wanneer wij echter opnieuw geboren worden, ditmaal niet uit Adam, maar uit God, worden wij door God als Zijn zoon aangenomen. ➡ Dan zijn wij een zoon van God geworden.
Johannes 1:12
Allen die Christus aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven zonen van God te worden,
namelijk die in Zijn Naam geloven; die niet uit bloed, niet uit de wil van vlees en ook niet uit de wil van een man, maar uit God geboren zijn.
Als zoon van God zullen wij ook Zijn Naam mogen dragen. Jezus zegt tegen Johannes in het boek Openbaring:
Openbaring 2:17 (HSV)
Wie overwint, zal Ik van het verborgen manna te eten geven, en Ik zal hem een witte steen geven met op die steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan wie hem ontvangt.
De munt droeg het beeld en de gelijkenis van keizer Augustus, de zoon van een tot god verklaarde mens.
Jij draagt als zoon van God het beeld en de gelijkenis van God.
Geef daarom terug wat de keizer toebehoort ➡ al het aardse, in dit verhaal het geld dat overeenkomstig het beeld van de keizer gemaakt is.
en geef aan God terug wat aan God toebehoort ➡ namelijk….
Efeze 4:22 (HSV)
….dat u, wat betreft de vroegere levenswandel, de oude mens aflegt (Adam), die te gronde gaat door de misleidende begeerten, en dat u vernieuwd wordt in de geest van uw denken, en u bekleedt met de nieuwe mens (Christus),
die overeenkomstig het beeld van God geschapen is, in ware rechtvaardigheid en heiligheid.
