het gebed van Jabes

1 Kronieken 4:10 (HSV)
Jabes riep de God van Israël aan met de woorden:
Wil mij toch overvloedig zegenen en mijn gebied vergroten!
Laat uw hand met mij zijn; weer van mij het kwade, zodat mij geen smart treft!

En wat deed God?

En God schonk wat hij had gevraagd.

Maar waar vroeg Jabes om, en wat kreeg hij precies?

Jabes was een jonge man die Jozua volgde door het beloofde land om het te veroveren.
Hij behoorde tot het geslacht van Juda, een van de 12 stammen die gezamenlijk het Land Kanaän doortrokken om het volledig in bezit te nemen.
Van al die andere 11 stammen wordt vermeld, dat zij de Kanaänieten niet verdreven. (Richt.1:21-36).

Maar….

Richteren 1:17 (HSV)
Juda trok met zijn broeder Simeon mee en zij versloegen de Kanaänieten.

Wanneer heel het land is ingenomen, hoewel niet alle oorspronkelijke inwoners zijn verdreven, wordt het land verdeeld over de stammen van Israël.
Juda krijgt een zeer groot stuk land toegewezen in het zuiden van Kanaän en dat is dan ook de plek waar Jabes gaat wonen.

Hoewel God vanaf het begin de stam Juda gezegend had met kracht en overwinningen op de Kanaänieten, en de stam Juda ook een geweldig groot gebied had toebedeeld, lijkt het niet genoeg te zijn voor Jabes.
Hij vraagt God ‘Wil mij toch overvloedig zegenen en mijn gebied vergroten!’
En het vreemde is dat God dat gebed nog verhoord ook.

Waar vroeg Jabes om, en wat kreeg hij precies?

Jabes had begrepen dat alles wat hij meegemaakt had in zijn leven een diepe geestelijke betekenis heeft.
Jabes begreep dat het gebied wat zijn stam in het land Kanaän had gekregen een natuurlijk en zichtbaar beeld is van wat in het geestelijke binnenin hem moest gebeuren.

Jij bent namelijk het beloofde land!

Het beloofde land is een beeld van de nieuwe mens.
En het land waar je uit bent bevrijdt, Egypte, is een beeld van de oude mens.

Ik zal het je laten zien aan de hand van het nieuwe testament.

De apostel Petrus zei:

Handelingen 2:38 (HGV)
Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden in de Naam van Jezus Christus,
tot bevrijding van de zonden.

Wat Petrus zegt, lijkt een opdracht, een soort wet waar we aan moeten voldoen: bekeer je en laat je dopen!
Het is echter geen wet, het is een waarheid!

Johannes 1:17 (HSV)
Want de wet is door Mozes gegeven,
de genade en de waarheid zijn er door Jezus Christus gekomen.

Het is geen wet, het is een gevolg van de liefde van God voor jou.
Wanneer jij je laat bevrijden uit de slavernij van de zonde, is het gevolg dat je gedoopt wordt; gedoopt in de dood van Jezus Christus (Romeinen 6:3).

Petrus zegt hier ‘bekeer je!’
Dat betekent ‘draai je om!’
Niet meer zwoegen onder de verdrukking en slavernij van de Farao, maar omdraaien en Jezus volgen Egypte uit richting het beloofde land, want Zíjn last is licht en Zíjn juk is zacht. (Mattheüs 11:30)

Toen de Israëlieten zich omdraaiden en Mozes volgden Egypte uit, was het gevolg dat zij door de Schelfzee heen moesten.
Dit is een beeld van de doop (1 Korintiërs 10:2).

Wanneer jij je omdraait en Jezus gaat volgen, is het gevolg dat je gedoopt wordt; niet in water, maar gedoopt in de dood van Jezus Christus (Romeinen 6:3).

Je bent dan met Hem gestorven en laat zo het oude achter je.

Veel mensen volgen Jezus een stukje en denken dan dat ze er zijn.
De rest komt later wel in de hemel, wordt gedacht,
want, zeggen zij,

1 Korinthe 13:12 (HSV)
Nu immers kijken wij door middel van een spiegel in een raadsel,
maar dan zullen wij zien van aangezicht tot aangezicht.
Nu ken ik ten dele, maar dan zal ik kennen, zoals ik zelf gekend ben.

Dit slaat echter niet op straks, ergens na de dood, dit gaat over jouw reis van Egypte t/m de volledige inname over het Beloofde land.
Wanneer jij je in Egypte bekeerd, je omkeert en achter Jezus aan het land uit loopt, ken je Jezus nog maar ten dele.
Veel zaken zijn nog een raadsel voor je.

Paulus noemt dit raadsel een geheimenis.
Hij zegt:

1 Korinthe 2:7 (HSV)
Wij spreken de wijsheid van God, als een geheimenis.

Wanneer je Christus nog maar net hebt leren kennen, is de wijsheid van God nog een geheimenis voor je.
Je bent als het ware nog een baby in het geloof.
En net zoals aan een baby niet meteen over politiek, wiskunde en financiële zaken leert, maar eerst het lichaam leert te beheersen en stapje voor stapje kennis en ervaring opdoet, geldt dat ook voor een baby in het geloof.
Daarom zegt Paulus:

1 Korinthe 2:6 (HSV)
Wij spreken wijsheid – de wijsheid van God – onder de geestelijk volwassenen.

Geestelijk volwassen ben je niet direct aan het begin van de reis.
Aan het begin van de reis leer je Jezus nog maar net kennen, dan is de wijsheid van God nog een geheimenis voor je.
Wanneer je Jezus volgt, leer je Hem steeds beter kennen en groei je op tot geestelijke volwassenheid.

De mensen in Korinthe zijn hier een goed voorbeeld van.
Zij hadden Christus wel leren kennen, maar ze waren nog niet erg gegroeid en daardoor nog als baby’s in het geloof.
Paulus kan hun dan ook nog niet de volle wijsheid van God leren.
Hij zegt tegen hun:

1 Korinthe 3:1 (HSV)
Ik kon tot u niet spreken als tot mensen die geestelijk zijn,
maar als tot mensen die nog vleselijk zijn,
als tot jonge kinderen in Christus.

Wanneer je nog in Egypte bent of nog maar net aan je reis richting het Beloofde Land bent begonnen, ben je nog een baby in Christus.
Paulus noemt dit vleselijk.

Romeinen 8:13 (HSV)
En als u naar het vlees leeft, zult u sterven!
Als u echter door de Geest de daden van het lichaam doodt, zult u leven.

Dát is de diepe geestelijke betekenis van de reis van Egypte naar het Beloofde Land.
Het is de reis van de oude mens naar de nieuwe mens.

Paulus zegt wat hij tegen de Romeinen zei nog wat uitvoeriger tegen de Kolossenzen:

Kolossenzen 3:5-10 (HSV)
Dood dan uw leden die op de aarde (aards) zijn:
ontucht, onreinheid, hartstocht, kwade begeerte, en de hebzucht, die afgoderij is.
In deze dingen hebt ook u voorheen gewandeld, – in Egypte – toen u in die dingen leefde.
Maar nu, legt ook u dit alles af, namelijk:
toorn, woede, slechtheid, laster, en schandelijke taal uit uw mond.
Lieg niet tegen elkaar, aangezien u de oude mens met zijn daden uitgetrokken hebt,
en de nieuwe mens aangetrokken hebt, die vernieuwd wordt tot kennis,
eerst nog ten dele en gaandeweg met steeds meer inzicht in de wijsheid van God
overeenkomstig het beeld van Hem Die hem geschapen heeft.

Jij bent gemaakt naar het beeld en de gelijkenis van God.

Genesis 1:26-27

Niet hoe God eruit ziet, want God is Geest.

Johannes 4:24

Ook jij bent geest!  ➡️  Jouw geest is het beeld en de gelijkenis van God.
Jouw geest woont in jouw lichaam om in het natuurlijke te kunnen functioneren.
Jouw lichaam wordt in de Bijbel uitgebeeld met aarde, bijvoorbeeld de aarde zelf, een akker, of een land of een stad.
In deze studie hebben we Egypte en het Beloofde Land als voorbeeld.

Egypte is de oude mens.
Deze mens leeft volledig naar het vlees.
Het lichaam van deze mens heerst over de geest van deze mens.

Het Beloofde land is de nieuwe mens.
Deze mens leeft volledig naar de Geest.
De geest van deze mens heerst over het lichaam van deze mens.

Net als het Beloofde land zijn alle vijanden in dit lichaam van die nieuwe mens verslagen.
In het Beloofde Land zijn de vijanden grote en machtige mensen die afgoden dienen.
In jouw lichaam zijn de vijanden de begeerten van het vlees, de daden van de oude mens, zoals ontucht, onreinheid, hartstocht, kwade begeerte, en de hebzucht, die afgoderij is.
Al deze vijanden moeten verslagen worden!
En…

1 Korinthe 15:26 (HSV)
De laatste vijand die tenietgedaan wordt, is de dood.

Zie je dat?

Wanneer je naar het vlees leeft, zul je sterven.
Wanneer je echter alle vijanden in jouw lichaam vernietigd, zul je leven.

Romeinen 8:13,15 (HSV)
Als u naar het vlees leeft, zult u sterven!
Als u echter door de Geest de daden van het lichaam doodt, zult u leven.

Hoe versla je deze vijanden?  ➡️  Door de Geest van de Heer.
Want deze vijanden zijn sterker dan jijzelf.

1 Korinthe 6:17 (HSV)
Wie zich echter met de Heere verenigt, is één geest met Hem.

Deuteronomium 11:23-24 (HSV)
De HEERE zal al deze volken van voor uw ogen uit hun bezit verdrijven,
en zult u het land, van volken die groter en machtiger zijn dan u, in bezit nemen.
Elke plaats die uw voetzool betreedt, zal van u zijn!

De reis achter Jezus aan stopt dus niet net over de grens van het Beloofde Land.
Blijf Hem volgen totdat jouw voetzool heel het land heeft betreden en alle vijanden verslagen zijn.
Zó wordt jouw gebied vergroot.
Dán heb je overwonnen, en Jezus belooft jou:

Openbaring 2:26 (HSV)
Wie overwint en wie Mijn werken tot het einde toe in acht neemt,
Tot het land volledig is ingenomen
hem zal Ik macht geven over de heidenvolken.

En:

Openbaring 3:21 (HSV)
Wie overwint, zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon,
zoals ook Ik overwonnen heb, en Mij met Mijn Vader op Zijn troon gezet heb.

Dan heerst jouw geest over jouw lichaam.
Dan heers jij als koning over het vlees.

De reis van Egypte naar het Beloofde Land is jouw groei

tot de volheid van het beeld en gelijkenis van God.

Waar vroeg Jabes om, en wat kreeg hij precies?

Jabes nam geen genoegen met een klein gedeelte van het Beloofde Land.
Hij wilde ten volle begrijpen wat de breedte en lengte en diepte en hoogte is van het beloofde land;
Zodat hij de liefde van Christus zou kennen, die de kennis te boven gaat,
Opdat hij vervuld zou worden tot heel de volheid van God.

Efeze 3:18-19 (HSV)
…opdat u ten volle zou kunnen begrijpen,
wat de breedte en lengte en diepte en hoogte is,
en u de liefde van Christus zou kennen, die de kennis te boven gaat,
opdat u vervuld zou worden tot heel de volheid van God.

Jesaja 54:2-3 (HSV)
Vergroot de plaats voor uw tent!
Laat men uw tentkleden wijd uitspannen!
Wees niet terughoudend!
Verleng uw touwen!
Sla uw pinnen vast!
Want u zult zich rechts en links uitbreiden!
Uw nageslacht – de vrucht van de Geest – zal de heidenvolken in bezit nemen en de verlaten steden bevolken.

Jij bent het beloofde land!
En ik bid dat God jou overvloedig zal zegenen en jouw gebied zal vergroten!

Scroll naar boven