lucifer

Overal waar God is, vind je ook de Cherubs. Zo zegt David tegen God:

Psalm 80:2 (HSV)
Herder van Israël, neem ter ore, U, Die Jozef als schapen leidt.
U, Die troont tussen de cherubs, verschijn blinkend!

En Ezechiël vertelt over een visioen die hij had.
Hij ziet zes mannen met ieder van hen een verpletterend wapen in zijn hand.

Ezechiël 9:3a (HSV)
En de heerlijkheid van de God van Israël verhief zich van boven de cherub waarop Hij rustte, naar de drempel van het huis.

Ook in het boek Openbaring vind je Cherubim in de aanwezigheid van God.

Mij is geleerd dat de cherub een engel-achtig wezen is, waarvan we niet precies weten wat nu echt zijn functie inhoudt.
Ook is mij geleerd dat de satan een cherub was, en dat hij daarom ook zo dicht bij God kon zijn.
Misschien heb jij hetzelfde onderwijs gehad.
Na zelf diepe studie hiernaar te hebben gedaan, ben ik er echter van overtuigd dat de cherub een volledig andere betekenis heeft.

De cherub laat de verschillende aspecten van de Christus zien.

Hiermee bedoel ik in de eerste plaats Jezus, als hoofd, en daarna de mens, als lichaam van Christus.

Een cherub beeldt in de Bijbel dan ook de verheerlijkte mens uit, de mens die geërfd heeft wat aan hen is beloofd die overwinnen.

Zoals God heeft beloofd in Openbaring 21:

Openbaring 21:7 (HSV)
Wie overwint, zal alles beërven, en Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn.

Zij zijn het die God dragen, Zijn evenbeeld dragen als Zijn Zoon, en altijd in Zijn aanwezigheid verblijven.

satan

Satan heeft hier alles mee te maken.

Satan betekent tegenstander.

In de Hof in Eden zegt God tegen de slang:

Genesis 3:15 (HSV)
Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht.

Deze vijandschap is de vijandschap tussen het vlees en de Geest.
Het vlees is de tegenstander van de Geest.

Romeinen 8:7 (HSV)
Immers, het denken van het vlees is vijandschap tegen God. Het onderwerpt zich namelijk niet aan de wet van God, want het kan dat ook niet. En zij die in het vlees zijn, kunnen God niet behagen.

Hier wordt gesproken over leven naar het vlees ten opzichte van leven naar de Geest.

Het nageslacht van de slang zijn zij die naar het vlees leven, of dat gedeelte in ons dat vleselijk is.

Jezus zegt tegen een aantal Joden:

Johannes 8:44 (HSV)
U bent uit uw vader de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen,

Zij zijn dus het nageslacht van de slang en doen hetzelfde als hun vader, de satan.
Zo vader, zo zoon.

Dit zien we ook terug in andere uitspraken van Jezus tegen een aantal mensen.
Zo zegt Hij tegen Petrus:

Mattheüs 16:23 (HSV)
Ga weg achter Mij, satan!
U bent een struikelblok voor Mij, want u bedenkt niet de dingen van God, maar die van de mensen!

Petrus sprak uit wat in de gedachten van het vlees opkwam, maar het denken van het vlees is vijandschap tegen God.

Op een gegeven moment, iets eerder in de geschiedenis dan dit voorval met Petrus, zegt Jezus tegen Zijn discipelen:

Johannes 7:70 (NBV)
Ikzelf heb jullie alle twaalf uitgekozen, en toch is één van jullie een duivel.
Hiermee doelde Hij op Judas, de zoon van Simon Iskariot, want hij, één van de twaalf, zou Hem uitleveren.

Op verschillende plaatsen in de Bijbel lezen we ook dat Jezus de farizeeërs adderengebroed noemt.

In de hof in Eden sprak God al over het nageslacht van de slang, hier noemt Jezus de farizeeërs letterlijk zo!
Adderengebroed.

In al deze teksten lezen we dat mensen door Jezus satan, duivel en slang worden genoemd.
De satan duidt door heel de Bijbel heen vooral op het vlees en alles wat daaruit voortkomt.

jouw ware identiteit

Bij de verklaring dat de satan een gevallen cherub zou zijn,
wordt vaak het boek Ezechiël aangehaald en dan met name Ezechiël 28 waar staat:

Ezechiël 28:12-15 (NBV)
Mensenkind, hef over de koning van Tyrus een dodenklacht aan:
“Dit zegt God, de
HEER: Eens was jij een toonbeeld van perfectie,
vervuld van wijsheid en volmaakt van schoonheid.
Je leefde in Eden, in de tuin van God
en je was bekleed met een keur van edelstenen:
met robijn, topaas en aquamarijn, met turkoois, onyx en jaspis,
met saffier, granaat en smaragd, gevat in gouden zettingen.
Op de dag dat je geschapen werd lagen ze klaar.

Je was een cherub, je vleugels beschermend uitgespreid,
je was door Mij neergezet op de heilige berg van God,
waar je wandelde tussen vurige stenen.

Je was onberispelijk in alles wat je deed,
vanaf de dag dat je was geschapen
tot het moment dat het kwaad vat op je kreeg.

We lezen hier in vers 12 dat dit een aanklacht van God tegen de koning van Tyrus is.

In het tweede en negende vers van het hoofdstuk kunnen we lezen dat die koning niet de satan is, maar een mens.
Kijk maar eens:

Ezechiël 28:2 (HSV)
Mensenkind, zeg tegen de vorst van Tyrus: Zo zegt de Heere HEERE:
Omdat uw hart hoogmoedig is geworden en u zegt: Ik ben God, ik zit op de zetel van God in het hart van de zeeën – terwijl u een mens bent en geen God – geeft u uw hart uit voor het hart van God.

En in vers 9:

Ezechiël 28:9 (HSV)
Zult u werkelijk in de tegenwoordigheid van uw moordenaar blijven zeggen:
Ik ben God, terwijl u een mens bent en geen God?

Deze mens was geweldig mooi gemaakt en leefde in perfectie bij God in de hof, totdat zijn hart hoogmoedig wordt en hij als God wil zijn.
Eva eet dan ook van de vrucht van de kennis van goed en kwaad, nadat de slang tegen haar had gezegd:

Genesis 3:5-6 (NBV)
God weet dat jullie de ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet,
dat jullie dan als God zullen zijn en kennis zullen hebben van goed en kwaad.
De vrouw keek naar de boom.
Zijn vruchten zagen er heerlijk uit, ze waren een lust voor het oog,
en ze vond het aanlokkelijk dat de boom haar wijsheid zou schenken.

De wijsheid van God is niet genoeg en om meer wijsheid te verkrijgen eet de mens van de vrucht van de kennis van goed en kwaad, de aardse wijsheid.

In de hof in Eden was de mens een toonbeeld van perfectie; gemaakt naar het evenbeeld en de gelijkenis van God, vervuld met Zijn wijsheid en met God zelf bekleed.

Dit is jouw identiteit!

Jij bent gemaakt naar het beeld en de gelijkenis van God; een toonbeeld van perfectie, vervuld van wijsheid, volmaakt van schoonheid en je was bekleed met een keur van edelstenen.

Doordat je echter, net als Adam en Eva, van de vrucht van aardse wijsheid hebt gegeten, kijk je niet meer met geestelijke ogen, maar met de ogen van het vlees en zie je niet dat God jou had bekleed met een keur van edelstenen.

Genesis 3:7 (HSV)
Toen werden de ogen van beiden geopend en zij merkten dat zij naakt waren.

Om jou te laten begrijpen wat dit alles precies inhoudt, geeft God Mozes de opdracht een tabernakel te bouwen en daarover een hogepriester aan te stellen.

Deze hogepriester moest op een speciale manier aangekleed worden.
Eén van de onderdelen van zijn kleding was de borsttas.

God geeft Mozes de volgende opdracht:

Exodus 28:15a + 17-20 (HSV)
Vervolgens moet u een borsttas van de beslissing maken.
Dan moet u hem opvullen met een edelsteenvulling, vier rijen edelstenen:
een rij van een robijn, een topaas en een karbonkel; dit is de eerste rij.
De tweede rij: een smaragd, een saffier en een diamant.
De derde rij: een hyacint, een agaat en een amethist.
Ten slotte de vierde rij: een turkoois, een onyx en een jaspis.
Ze moeten in hun zettingen in goud gevat zijn.

God gebruikt natuurlijke, zichtbare dingen om ons het geestelijke, het onzichtbare te leren.
Met de tabernakel, de priesters, de borstplaat en al het andere wil God ons geestelijke dingen leren.

Jezus heeft…

Openbaring 5:10 (HSV)
…ons voor onze God gemaakt tot koningen en priesters!

Om Hem te dienen in Zijn tempel, dat is ons lichaam.

1 Korinthe 6:19 (HSV)
Of weet u niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest,
Die in u is en Die u van God hebt ontvangen, en dat u niet van uzelf bent?

Heb je de overeenkomsten tussen Exodus 28 en Ezechiël 28 gezien?
God toont ons onze ware identiteit.

Exodus 28:15a + 17-20 (HSV)

Vervolgens moet u een borsttas van de beslissing maken.
Dan moet u hem opvullen met een edelsteenvulling,
vier rijen edelstenen:
een rij van een robijn, een topaas en een karbonkel;
dit is de eerste rij.
De tweede rij: een smaragd, een saffier en een diamant.
De derde rij: een hyacint, een agaat en een amethist.
Ten slotte de vierde rij: een turkoois, een onyx en een jaspis.
Ze moeten in hun zettingen in goud gevat zijn.

Ezechiël 28:12-13 (NBV)

Eens was jij een toonbeeld van perfectie,
vervuld van wijsheid en volmaakt van schoonheid.

Je leefde in Eden, in de tuin van God,
en je was bekleed met een keur van edelstenen:
met robijn, topaas en aquamarijn, met turkoois,
onyx en jaspis, met saffier, granaat en smaragd,
gevat in gouden zettingen.

verhoogd

De omschrijvingen van Cherubim in de Bijbel zijn erg fascinerend.
Zo ziet Ezechiël….

Ezechiël 1:5-10 (NB)
.…de gedaante van vier levende wezens en zo zien zij eruit: zij hebben de gedaante van een mens.
Vier gelaten heeft elkeen en vier vleugels heeft elkeen van hen.
Hun benen zijn een recht been elk en de zool van hun voeten is als de voetzool van een kalf:
fonkelend als een oog van gepolijst koper.
Handen van een mens onder hun vleugels op hun vier vierkantskanten;
hun gelaten en hun vleugels, bij die vier, zijn verbonden als een vrouw aan haar zuster,
hun gelaten; zij draaien niet om bij het gaan, ieder naar wat vóór zijn gelaat ligt, zo gaan zij voort.
De gedaante van hun gelaat is het gelaat van een mens, en het gelaat van een leeuw aan de rechterkant van hen vieren,
het gelaat van een stier aan de linkerkant van hen vieren en het gelaat van een adelaar bij hen vieren.

Ook in het boek Openbaring worden de Cherubim omschreven, waar dezelfde aspecten als in het boek Ezechiël worden genoemd. In de tabernakel vinden we óók de cherubim en ook Salomo laat de cherubim terugkomen in elementen van de tempel.

Zo worden er tien koperen onderstellen gemaakt, notabene door iemand uit Tyrus, die qua ontwerp helemaal voldoen aan de beschrijving die Ezechiël en Johannes ons geven. (1 Koningen 7:27-43)

Waarom worden deze wezens zo uitgebreid omschreven in de Bijbel?
Is het zodat wij ze zullen herkennen als we gestorven zijn?   Ik denk het niet.

Alle kenmerken die over deze wezens worden gegeven, zeggen iets over hun karakter en de rol die zij vervullen.
Cherubim worden bijvoorbeeld altijd genoemd in de aanwezigheid van God.
Dat aspect is zelfs terug te vinden in hun kleur.

Elk van de cherub stond op wielen.

De kleur van deze wielen is turkoois.
(Ezechiël 1:16 & Ezechiël 10:9)

Turkoois is de eerste steen in de vierde rij
van de borsttas van de hogepriester.
(Exodus 28:20)

Deze 12 edelstenen staan voor de 12 zonen van Jakob.
(Exodus 28:21)

Turkoois is de steen van Zebulon.
Zebulon (זבולון) betekent eerbare plaats of verhoogd.
Dat is ook precies de plaats van een cherub, een eerbare plaats; altijd in de aanwezigheid van God.

Zo ziet Johannes in de geest, terwijl hij op Patmos is,….

Openbaring 4:6 (SV)  (zie ook Ezechiël 1:18 & Ezechiël 10:12)
.…in het midden van de troon en rondom de troon, vier dieren zijnde vol ogen van voren en van achteren.

Daarbij geeft hij een beschrijving van de wezens die sterk overeen komt met de beschrijving die Ezechiël ons geeft.

Ook hier zijn deze Cherubim dus bij de troon van God en zelfs óp de troon van God.
Zij zijn een beeld van de mens die tot volmaakt is gekomen; op een eerbare plaats, altijd in de aanwezigheid van God. 
Verhoogd tot bij de troon van God, ja zelfs tot óp Zijn troon (Openbaring 3:21).

Dat Johannes hen omschrijft als zijnde volledig bedekt met ogen heeft de betekenis dat zij volledig de grootsheid van het lijden, het sterven en de opstanding van Christus begrijpen en de heerlijkheid van God zien.
Zij hebben volledig inzicht!

 

Ik bid dat je een diepe relatie met God zult hebben en niet meer van de vrucht van kennis van goed en kwaad eet.

Ik bid dat je Zijn perfecte, allesovertreffende liefde leert kennen en zult worden tot een cherub op de troon van God.

Ik bid dat….

…de God van onze Heere Jezus Christus, de Vader van de heerlijkheid,
je de Geest van wijsheid en van openbaring geeft in het kennen van Hem,
namelijk verlichte ogen van je verstand, om te weten wat de hoop van Zijn roeping is,
en wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen,
en wat de allesovertreffende grootheid van Zijn kracht is aan ons die geloven,
overeenkomstig de werking van de sterkte van Zijn macht!

Efeze 1:17-19 (HSV)

Scroll naar boven